Schrijfwedstrijd Boekenweek

Van 9 t/m 18 april 2022 was het Boekenweek, een ode aan de eerste liefde.


Een eerste liefde

Een eerste liefde overspoelt je met gevoelens en verlangens die je eerder nog niet kende. Een nieuwe wereld vol behoeften, driften en onzekerheden openbaart zich. Om woorden te geven aan dat warme gevoel, aan die verwarring en heimwee, wenden we ons telkens weer tot de dichters en de schrijvers.

Hieronder lees je het winnende verhaal van de schrijfwedstrijd die KopGroep Bibliotheken uitschreef. Het verhaal In de geest van Liefde van Erik van den Velden werd door de jury gekozen uit de vele inzendingen.

In de geest van liefde

Al vroeg in mijn jeugd wilde ik een held worden. De
aanleg had ik: avontuurlijk bloed van Indiana Jones, inventieve skills van
MacGyver en natuurlijk de kracht en stalen zenuwen van een Terminator. Goed,
mijn referentiekader was met drie angstige zusjes niet heel uitdagend, maar zij
boden me de gelegenheid om mijn vaardigheden te verfijnen. Wanneer het kleinste
spinnetje aan het plafond bungelde, kon Dean opdraven. Hoorden ze een eng
geluid, stond grote broer altijd paraat. Het liefst natuurlijk als één van hen
ook een vriendinnetje had uitgenodigd dat ik met mijn heldhaftigheid kon
imponeren. Zoals op die dag in juli. Een heerlijke zomerse dag, perfect voor
een slaappartijtje. En niemand minder dan Jana, het vriendinnetje van mijn
oudste zusje, was uitgenodigd.

Ik kende Jana al sinds de lagere school. Ze zat
toentertijd bij mijn zusje in de klas en ik speelde soms bij haar thuis. Toen
al een guitig grietje met staartjes aan weerskanten en een fietsenrekje
waartussen haar tong ondeugend friemelde. Wanneer ze lachte, sloeg haar
stemgeluid schattig over wat mijn buik deed borrelen. Haar ogen waren bruin met
groen, irissen waarin draakjes sliepen. Bij het ontpoppen van een idee,
ontwaakten ze en spuwden vlammetjes van plezier. Slissend siste ze dan wat ze van
plan was. De uitvoering lag steevast in mijn handen, want dapper was ze niet.
Lang mocht ik niet bij haar spelen; haar vader betrapte me bij het uitknippen
van dinosaurusplaatjes uit zijn encyclopedieën voor een kijkdoos. Jarenlang heb
ik Jana gemist, tot ze op de middelbare school de banden met mijn zusje weer
aanhaalde.

Toen ik op een maandag van mijn zusje hoorde dat Jana ‘s
weekends zou komen logeren, vatte mijn hart vlam. Hoe zou ze er nu uitzien?,
dacht ik. Mijn zusjes waren alle drie al bedeeld met prachtige vrouwelijke vormen
en ook hun taalgebruik was volwassen. Het was acht jaar geleden dat ik Jana
voor het laatst had gezien. Jana was een jaar jonger dan ik, dus dat zou
betekenen dat ze … zeventien was! Het beeld van haar als klein draakje kon ik
niet uitzetten. Zou ze nog in zijn voor spanning en avontuur? Ik probeerde op subtiele
wijze mijn zusje uit te horen.

‘Heeft ze een vriendje? Is haar vader nog boos op me? Heeft ze grote …’

‘Dean!’ Anne klapte haar Popfoto magazine dicht en sloeg ermee op mijn
voorhoofd. ‘Als je zo praat, vraag ik mamma of ze je in het weekend opsluit.’
Ze zuchtte en schudde haar hoofd. ‘Nee,’ mompelde ze.

‘Nee?’

‘Op al je vragen is het antwoord nee.’

Mijn hormonen startten een polonaise in mijn aderen. ‘D-denk je dat ik kans maak?’
stotterde ik.

‘Ach Dean, je kent haar niet terug. Als je haar voor je wil winnen, kun je
achteraan aansluiten. Ze is intelligent, spiritueel en zelfs een beetje
paranormaal begaafd.’

‘Oh, is dat zo? Op het moment dat ik weg wilde lopen voor een glas cola, schoot
me een snood plannetje te binnen. ‘Zal ik een leuke film huren voor
zaterdagavond? Iets met bovenzintuiglijke waarnemingen? Tessa en Daisy houden
daar ook wel van.’

‘Da’s lief van je,’ lachte Anne en gaf me een luchtkusje.

Twee nachten achtereen lag ik te woelen in bed. De woorden van Anne echoden
door mijn hoofd. Hoe kon ik Jana’s hart veroveren? Zelf was ik overtuigd agnostisch.
Al die hocus pocus met geesten hoefde van mij niet. Alhoewel … Opeens had ik
het: ik moest Jana met haar “gaven” het lot laten voorspellen. En ik wist
precies hoe.

Toegegeven, het was een gewaagd plan en het vergde flink wat voorbereiding. Van
mijn oude dartbord en een bonbondoos maakte ik een ouijabord. De cijfers en
metalen randen sloopte ik eraf. In de doos lijmde ik een pentagram van karton.
Op de hoekpunten plakte ik Scrabble letters; de overeenkomstige vijf letters
van Jana en Dean. Dat zou ons mooi verbinden, dacht ik. Harley, mijn epileptische
cavia, zou het bovennatuurlijke gedeelte voor zijn rekening nemen. Ik bevestigde
koelkastmagneten aan een riempje en bond het om zijn middel. Van een sterke
magneet maakte ik een wijzer en … klaar! Vol spanning zette ik Harley in het
midden van het pentagram en sloot de doos af met het bord. Uren oefende ik met gesloten
vragen. Ik merkte dat, wanneer ik de wijzermagneet een tikje naar het gewenste
hoekpunt stuurde, Harley er enthousiast naartoe huppelde en er braaf bleef
wachten. Het werkte! Als dank gaf ik Harley wat stukjes appel en snelde me naar
de videotheek voor een film.

Die zaterdagavond liep ik met een bonzend hart de trap af toen ik Jana’s stem
aan de voordeur hoorde. Haar guitige lachje was ze niet verloren. Anne had niets
teveel gezegd. Vanuit het trapgat keek ik naar de ranke schone die me sudderend
in eigen vet liet smelten. Even twijfelde ik of ik niet beter terug naar boven
kon gaan, maar dat zou een held onwaardig zijn. In plaats daarvan begroette ik
haar overdreven vrijpostig: ‘Hé draakje, wat ben jij groot geworden!’

Ik kon mijn geluk niet op toen ik haar stralende lach zag. Het fietsenrek was
gesloten met twee prachtige voortanden die samen met de andere waren gevangen
in een Heras hekwerkje. Het schitterde met haar ogen mee.

‘Hoi Dean, je ziet er goed uit!’

Ik liep naar haar toe voor een hand en kreeg zowaar drie kussen op mijn wangen
op de koop toe. Haar heerlijke lentegeur zou me altijd bijblijven. In de kamer
wachtten mijn andere zussen al op haar komst en niet veel later propte ik de
videocassette in de speler. Het viertal schrok zich lam toen het de intro zag.
‘Poltergeist?!’ gilden ze in koor en namen elk alvast een kussen om achter te
kunnen schuilen. Ik zette me naast Jana en legde mijn arm nonchalant op de leuning
achter haar hoofd. ‘Je hoeft niet bang te zijn hoor, ik ben bij je.’

Ze knikte angstig en vervolgde haar blikken over haar kussentje naar de tv. Ik
zwijmelde bij de gedachte dat ze vannacht uit angst wel bij me in bed zou
kruipen. Onze ouders hadden hun kaartavondje bij de buren en halfvier thuis was
voor hen geen uitzondering.

‘Ik hoorde dat jij paranormaal
begaafd bent,’ fluisterde ik na een aantal minuten. Jana was verloren in het
beeld van het meisje dat naar een sneeuwende tv staarde. Ze keek me kort aan en
knikte.

‘Een beetje maar hoor. Soms heb ik een soort interactie.’

‘Dan heb ik straks nog iets leuks voor je,’ glimlachte ik en schonk haar een
glas cola in. Slapen zul je niet, dacht ik en verheugde me wederom op haar
nachtelijk bezoekje.

Bevend zaten de meiden bij te komen van de schrikmomenten. Hun angst viel weg
toen ik het licht aanklikte.

‘Wat had je nog voor leuks?’ vroeg Jana knabbelend aan wat zoute stengels.

‘Dat mogen jullie over vijf minuten op zolder ontdekken,’ fluisterde ik
geheimzinnig. ‘Als je durft tenminste.’ Ik glipte ertussenuit en zette koers
naar mijn kamer om Harley uit zijn kooi te halen. De vlizotrap viel met een
klap naar beneden en kraakte spookachtig toen ik naar zolder klom. Mijn
ouijabord zette ik pontificaal in het midden en stak in een ruime kring eromheen
waxinelichtjes aan. De lage plafondbalken waren gedrapeerd met spinrag. Hier
kwam alleen mijn vader éénmaal per jaar om de Kerstspullen te pakken.

‘Dean? Kunnen we al boven komen?’ hoorde ik Anne roepen.

Snel zette ik Harley in het pentagram en legde de wijzermagneet op het bord.
Die bleef roerloos liggen.

‘Kom maar!’ riep ik. Daar klauterden de dames van groot naar klein het trapje
op. Ieder nam plaats aan het bord.

‘Wat leuk, een roulettetafel,’ lachte Jana. ‘Waar zijn de fiches?’

‘Nee, dit is een ouijabord. We gaan geesten oproepen. Of zijn jullie daar te
bang voor?’ Ik scande elk paar ogen. De angst droop eruit.

‘N-Nee hoor,’ stamelde Jana.

‘Goed. Stel maar een vraag,’ opperde ik, ‘en leg allemaal je wijsvinger op de
wijzer. Als de steen beweegt, moet je loslaten.

‘Geesten, zijn jullie daar?’ sprak Daisy zweverig. Ik gaf de wijzer het
kleinste zetje en hortend kwam die in beweging. De meiden gilden het uit en
trokken hun vingers weg. Bij de j stopte de steen.

‘Dat lijkt me duidelijk. Leg je vinger maar terug.’

Aarzelend volgden de meisjes mijn voorbeeld. Ik keek naar Jana. Angstvuur danste
in haar ogen. Ze leken ermee eens zo groot. Ik genoot met volle teugen. Om
beurten liet ik ieder een vraag stellen. Harley werkte voorbeeldig mee.

De beurt was aan Jana. Ze keek me ondeugend aan en ik kleurde vijftig tinten
roder.

‘Met wie ga ik later trouwen?’ vroeg ze bijtend op haar onderlip.

‘Nee, alleen gesloten vragen stellen,’ corrigeerde ik haar, maar prompt kreeg
Harley een aanval. Stotend schoot hij naar de letter a. Iedereen schrok toen
hij vervolgens naar de n, het midden en weer terug naar de n sjeesde. Bij de e
bleef hij uiteindelijk liggen.

Jana keek mijn zus verlangend aan. ‘Ik hoop dat dat klopt,’ glunderde ze. 

Erik van den Velden

Boeken bij het thema "Eerste liefde"


E-books over het thema "Eerste liefde"

Luisterboeken over het thema "Eerste liefde"